Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:
op verzoek van de vergunninghouder;
wanneer de vergunninghouder niet meer aan de in deze verordening gestelde eisen voldoet;
wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;
wanneer voor de betreffende sector het stelsel van vergunningen komt te vervallen;
om redenen van openbaar belang.
Het college trekt de vergunning in:
bij misbruik van de vergunning dan wel oneigenlijk gebruik er van;
wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;
wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan;
Indien de vergunning wordt ingetrokken op grond van het gestelde onder lid 2 A of B dan wordt de vergunninghouder een jaar uitgesloten van het verkrijgen van een vergunning. Na dit jaar kan opnieuw een aanvraag ingediend worden.
Hoofdstuk
Artikel 13.
Het intrekken van de vergunning
Onderdeel van Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen 2018