Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:
op verzoek van de vergunninghouder;
wanneer de vergunninghouder niet meer aan de in deze verordening gestelde eisen voldoet;
wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;
wanneer voor de betreffende sector het stelsel van vergunningen komt te vervallen;
om redenen van openbaar belang.
Het college trekt de vergunning in:
bij misbruik van de vergunning dan wel oneigenlijk gebruik er van;
wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;
wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan;
Indien de vergunning wordt ingetrokken op grond van het gestelde onder lid 2 A of B dan wordt de vergunninghouder een jaar uitgesloten van het verkrijgen van een vergunning. Na dit jaar kan opnieuw een aanvraag ingediend worden.
Hoofdstuk
Artikel 13.