Indien een vergunning in de loop van een jaar wordt aangevraagd, wordt de belasting bedoeld in artikel 19 onderdeel b, voor de eerste maal geheven over de volle resterende kalendermaanden van het lopende jaar, die na datum van vergunningverlening resteren.
Bij intrekking van een vergunning wordt restitutie verleend van betaalde belasting over het aantal nog niet ingetreden volle kalendermaanden waarvoor de betaling heeft plaatsgevonden.
Indien als gevolg van maatregelen getroffen door of met instemming van de gemeente de vergunninghouder voor een belastingtijdvak waarvoor reeds betaling heeft plaatsgevonden, geen gebruik kan maken van de vergunning en voor dat tijdvak geen vervangende parkeergelegenheid op redelijke afstand is geboden, wordt restitutie van betaalde belasting verleend over het aantal volle kalendermaanden, gedurende welke dat gebruik niet mogelijk is geweest.
Hoofdstuk
Artikel 25.