1. De vergunninghouder geeft op eerste vordering van een opsporingsambtenaar, of de in artikel 12 bedoelde personen of categorieën van personen, zijn Utrechtse taxivergunning, volledige chauffeurskaart, of rijbewijs, ter inzage af.
2.
De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd, namens het college van burgemeester en wethouders een Utrechtse taxivergunning, of het in artikel 10 bedoelde identificatiemiddel, in te nemen en in te houden wanneer dit in het belang van de kwaliteit van het taxivervoer nodig is.