Naar hoofdinhoud
Het opleggen van een boete is aan te merken als het instellen van een strafvervolging in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Bij het opleggen van een boete gaat de heffingsambtenaar uit van de percentages en bedragen in de artikelen 8 en 9. Een eenmaal opgelegde verzuimboete sluit het opleggen van een vergrijpboete voor hetzelfde feit uit. Het opleggen van een vergrijpboete sluit het later opleggen van een verzuimboete voor hetzelfde feit uit. Bij afwezigheid van alle schuld legt de heffingsambtenaar geen boete op. Indien bij bezwaar de afwezigheid van alle schuld blijkt, vernietigt de heffingsambtenaar de boete. Bij afwezigheid van alle schuld wordt de belanghebbende geacht niet in verzuim te zijn geweest.

Rechtspraak bij dit artikel