Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.

Vervoer van de klant.

Onderdeel van Kwaliteitsregels taxichauffeurs 2018

2b. De vervoersplicht is omschreven in artikel 9 van de Taxiverordening. De chauffeur weigert geen korte ritten, maar mag lange ritten buiten de regio Utrecht weigeren of overdracht aan een andere taxichauffeur. Personen mogen geweigerd worden als ze: - zich agressief opstellen tegen de chauffeur; - in dronken toestand verkeren, braken of neiging tot braken hebben of onder invloed van verdovende middelen zijn; - vervuild zijn of stinken; - naar het oordeel van de chauffeur een gevaar vormen voor een veilige rit, zowel voor de passagiers als voor de chauffeur zelf. Dieren: Voorts mag een taxichauffeur weigeren dieren te vervoeren, tenzij het kleine dieren betreft die goed zijn opgesloten in een daarvoor bestemde vervoerkoffer voor dieren. Blindengeleidehonden en hulphonden moeten wel worden meegenomen, andere honden niet, tenzij ze goed zijn opgesloten in de bovenbedoelde, vervoerkoffer. 2c. De klant moet erop kunnen vertrouwen dat de taxichauffeur hem via de kortste en/of snelste wijze naar zijn bestemming brengt. Een vergunninghouder is verplicht een klant volgens de voor de klant meest gunstige weg te vervoeren. Deze verplichting geldt niet als de klant zich niet correct gedraagt.

Rechtspraak bij dit artikel