Verantwoordelijk voor toezicht en handhaving zijn het gemeentelijke organisatieonderdeel Vergunningen, Toezicht & Handhaving (VTH) en de politie.
De gemeentelijke toezichthouders en handhavers (VTH)
Gemeentelijke handhavers kunnen chauffeurs beboeten die zonder vergunning op of buiten een taxistandplaats vervoer aanbieden.
Daarnaast is de Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) (domein 1) bevoegd om op te treden tegen alle overtredingen die de taxichauffeur begaat die betrekking hebben op stilstaand verkeer. Denk hierbij aan parkeren op een taxistandplaats door taxichauffeurs die niet beschikken over een taxivergunning, parkeren op de busbaan, parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats of bij een parkeerverbod, maar ook het stilstaan op het trottoir, fietsstrook of voetgangersoversteekplaats (o.a. artikel 3, 10, 23, 24, 25, 26 RVV 1990).
Controle op Utrechtse taxivergunninghouders
De handhaving is te verdelen in drie in elkaar linkende onderwerpen, namelijk:
• Openbare Orde.
• Rechtsorde
• Kwaliteitseisen
Onder handhaving van de Openbare Orde verstaan we de zaken waarvan de politie in eerste instantie de aangewezen opsporende instantie is, concreet gaat het over zware zaken tussen chauffeurs onderling en tussen chauffeurs en klanten zoals bedreiging, mishandeling e.d., verkeersovertredingen (rijdend) en overige criminele activiteiten.
De Rechtsorde bevat alle basisregels waaraan taxichauffeurs zich moeten houden, die niet kwaliteitsregels behelzen. Denk hierbij aan het overdragen van de taxivergunning, taxivervoer aanbieden zonder vergunning of overige lichte verkeersovertredingen of gedrag op de standplaats. De gemeentelijke handhavers van VTH hebben de opsporingsbevoegd voor dergelijke zaken. Door het wegvallen van de vroegere keurmerkorganisatie als toezichthoudende instantie op deze overtredingen is de gemeente, met als handhavende instantie VTH, genoodzaakt om het gat in de handhaving op te pakken.
Onder de Kwaliteitseisen verstaan we de zaken die volgen uit het Uitvoeringsbesluit Kwaliteitsregels taxichauffeurs. Hierbij kan toezicht plaatsvinden door middel inzet mystery guests.
De drie onderwerpen houden nauw verband met elkaar. Inzichten die de politie opdoet tijdens strafrechtelijk onderzoek (zoals bedreiging) zeggen iets over de kwaliteit van een chauffeur. Het handhavingsmiddel is vervolgens om op basis van de vastgestelde handhavingsstrategie een taxivergunning (tijdelijk) in te trekken. Kennis uitwisselen is derhalve een essentiële schakel in het effectief handhaven op de taxiverordening. Hoe korter de lijn tussen politie en gemeente hoe effectiever en professioneler de handhaving bij de taxibranche over zal komen.
Bij veroorzaken gevaarlijke situatie
Het gemeentelijk organisatieonderdeel VTH en politie kunnen bij veroorzaken van gevaarlijke situaties in het verkeer de taxivergunning direct innemen. De chauffeur mag dan niet meer rijden tot zijn sanctie definitief bekend is.
Veilige Publieke Taak
Agressie en geweld tegen medewerkers met een publieke taak is erg ingrijpend voor het slachtoffer, familie en collega’s. Bovendien ondermijnt deze vorm van agressie het functioneren van de overheid. Tijdens de controle van taxi’s zien we, op basis van ervaringen uit het verleden, een verhoogd risico op agressie en geweld voor controlerende toezichthouders, opsporingsambtenaren en politieambtenaren. Agressie en geweld voor deze medewerkers wordt niet getolereerd, en staan conform deze handhavingsstrategie in de hoogte overtredingscategorie. Afhankelijk van de situaties, en goed onderbouwt, kan worden afgeweken om eerst te waarschuwen voor een vergunning wordt ingetrokken.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.3
Toezicht en handhavingstaken
Onderdeel van Handhavingsstrategie taxivervoer Utrecht 2018