Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Subsidiabele activiteiten

Onderdeel van Nadere regels betreffende Cofinancieringsregeling Rijn- en Veenstreek

1. Het project dient in aanzienlijke mate bij te dragen aan ten minste één van de onderstaande doelstellingen uit het Flexibel meerjarenprogramma: a. Het verbeteren van de vindbaarheid van de Rijn- en Veenstreek; b. Het versterken van de gebiedswaarden van de Rijn- en Veenstreek; c. Het verbeteren van de bereikbaarheid van de Rijn- en Veenstreek; d. Het versterken van de beleefbaarheid van de Rijn- en Veenstreek. 2. In aanvulling op lid 1 dient het project bij te dragen aan ten minste één van de onderstaande doelstellingen: a. Toename van recreatie in het groen; b. Behoud van de biodiversiteit; c. Ontwikkeling en behoud van waardevolle en aantrekkelijke agrarische landschappen. 3. In aanvulling op lid 1 en 2 dient het project te voldoen aan alle van de onderstaande technische voorwaarden: a. Het project is niet gestart; b. De activiteiten worden uitgevoerd binnen de Rijn- en Veenstreek en sluit aan op het Groen-blauwe raamwerk; c. De activiteiten worden uitgevoerd door ten minste twee initiatiefnemers die samenwerken binnen het Groen-blauwe netwerk. 4. In aanvulling op lid 1, 2 en 3 dient het project bij aanvragen voor cofinanciering van grote projecten te voldoen aan alle van de onderstaande inhoudelijke voorwaarden: a. Het project waarborgt continuïteit; b. Het project heeft een regionale impact van de regiogemeenten; c. Het project kent een hoge mate van samenwerking.

Rechtspraak bij dit artikel