De rekenkamercommissie biedt jaarlijks, tijdig voor de in artikel
191 Gemeentewet bedoelde vaststelling van de programmabegroting, de
raad een onderzoeksprogramma aan en een ontwerp voor de begroting
met toelichting.
De raad stelt jaarlijks in zijn programmabegroting een budget
beschikbaar voor de instandhoudingkosten van de rekenkamercommissie.
Het budget voor de instandhoudingkosten wordt naar rato van het
aantal inwoners per 1 januari van het voorafgaande jaar verdeeld
over de gemeenten die hebben besloten deel te nemen aan de
samenwerking in de vorm van een personele unie van de
rekenkamercommissie. Ten laste van het budget voor de
instandhoudingkosten worden gebracht:
de vergoedingen aan de leden voor het bijwonen van de
integrale vergaderingen van de rekenkamercommissie;
de vergoeding voor organisatorische werkzaamheden van de
voorzitter;
de salariskosten van de (ambtelijk) secretaris;
de kosten voor de faciliteiten van de
rekenkamercommissie;
de kosten voor opleiding en training.
De raad stelt jaarlijks op basis van het onderzoeksprogramma van de
rekenkamercommissie in zijn programmabegroting een budget
beschikbaar voor de onderzoekskosten van de rekenkamercommissie. Ten
laste van het budget voor onderzoekskosten worden gebracht:
de vergoeding aan de leden voor het zelf uitvoeren van
onderzoek;
de vergoeding aan externe deskundigen die door de
rekenkamercommissie zijn ingeschakeld.
Het begrotingsjaar is het kalenderjaar.
Indien de begroting of een besluit tot wijziging daarvan niet is
goedgekeurd, behoeft de rekenkamercommissie tot het aangaan van
verplichtingen de toestemming van de raad.
De rekenkamercommissie legt jaarlijks, tijdig voor de in artikel 198
Gemeentewet bedoelde vaststelling van de jaarrekening, aan de raad
over elk begrotingsjaar verantwoording af, onder overlegging van de
jaarrekening en het jaarverslag.