1. Voor de uitoefening van zijn toezichthoudende functie beschikt de functionaris voor gegevensbescherming over alle bevoegdheden die daarvoor redelijkerwijs noodzakelijk zijn. Ingeval van twijfel of verschil van mening daaromtrent beslist de functionaris voor gegevensbescherming, de CIO gehoord hebbende.
2. De verantwoordelijke en de personen die bij een verwerking van persoonsgegevens zijn betrokken verstrekken desgevraagd de functionaris voor gegevensbescherming alle inlichtingen en verlenen alle overige medewerking die hij voor de uitoefening van zijn taak behoeft.
3. De functionaris voor gegevensbescherming heeft toegang tot alle ruimten, waar een verwerking van persoonsgegevens plaatsvindt. De functionaris voor gegevensbescherming is bevoegd apparatuur, programmatuur, gegevensbestanden, boeken en bescheiden te onderzoeken en zich de werking van apparatuur en programmatuur te doen tonen.
4. De functionaris voor gegevensbescherming rapporteert over zijn bevindingen aan het college van burgemeester en wethouders. Hij geeft aanbevelingen over te nemen maatregelen, die een goede werking van de verwerking van persoonsgegevens moeten helpen waarborgen.