1. Cameratoezicht ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats, als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties en overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet en openbare parkeerplaatsen of openbare parkeerterreinen als bedoeld in artikel 2:5 lid 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening vindt alleen door of namens de gemeente plaats, na een daartoe strekkend besluit van de burgemeester.
2. Camerabewaking kan tevens door particuliere bedrijven worden uitgeoefend onder voorwaarde dat indien er camera’s in de openbare ruimte worden geplaatst dan wel delen van de openbare ruimte in beeld worden gebracht, er een daartoe strekkend besluit door of namens het college van burgemeester en wethouders is genomen en er een convenant met de verantwoordelijke is gesloten voorafgaande aan de verwerking.
3. Het convenant zoals bedoeld in het tweede lid gaat in ieder geval in op:
-de grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens;
-het verzamel- en verwerkingsdoel;
-de organisatorische en technische maatregelen die worden getroffen tegen verlies of onrechtmatige verwerking;
-de bewaartermijn;
-de wijze waarop voldaan wordt aan de meldplicht datalekken.
4. Bij inzet van camera’s voor andere gemeentelijke doeleinden dient voorafgaand aan deze inzet advies te worden gevraagd aan de functionaris voor gegevensbescherming.
Artikel 8
Cameratoezicht, camerabewaking en overige inzet van camera’s
Onderdeel van Privacyverordening gemeente Utrecht