Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 18.

Blijvend en tijdelijk weigeren IOAW- of IOAZ-uitkering

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Laarbeek 2018

1.. Het college kan de uitkering tijdelijk weigeren naar de mate waarin de belanghebbende inkomen als bedoeld in artikel 8 van de IOAW of de IOAZ zou hebben kunnen verwerven, maximaal 3 maanden, als: aan de beëindiging van de dienstbetrekking van belanghebbende een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en belanghebbende ter zake een verwijt kan worden gemaakt; of de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd. 2.. Het college kan de uitkering blijvend weigeren naar de mate waarin de belanghebbende inkomen als bedoeld in artikel 8 van de IOAW of de IOAZ zou hebben kunnen verwerven als belanghebbende: nalaat algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden, of door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel