Indien meerdere organisaties een subsidieaanvraag voor de in artikel 5 omschreven activiteiten indienen en voldoen aan de overige hiervoor geldende eisen vindt de verlening van de subsidie plaats aan de aanvrager die naar het oordeel van het college het meest in staat wordt geacht om de in artikel 4 genoemde doelstellingen te realiseren en de in artikel 6 omschreven resultaten te behalen.
Deze beoordeling vindt plaats op basis van de volgende criteria;
Kwaliteit, draagvlak bij lokale ondernemers en organisaties, bereik, inhoudelijke en financiële haalbaarheid van het activiteitenplan;
Referenties van door de aanvrager georganiseerde vergelijkbare activiteiten.