**1..** Provinciale Staten stellen de begroting vast en autoriseren:
de baten en lasten per programma of sub-programma als bedoeld in artikel 2, tweede lid;
de investeringen per programma of sub-programma als bedoeld in artikel 2, tweede lid;
de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma of sub-programma als bedoeld in artikel 2, tweede lid;
het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen op het totaalniveau;
de kosten van overhead op totaalniveau;
het bedrag voor onvoorzien op totaalniveau;
**2..** Provinciale Staten stellen per programma of sub-programma, voor het betreffende begrotingsjaar de beoogde maatschappelijke effecten uitgedrukt in indicatoren vast.
**3..** Gedeputeerde Staten stellen, naast de verplicht voorgeschreven indicatoren op grond van artikel 25 lid 2a BBV, per programma of sub-programma indicatoren voor met betrekking tot de beoogde maatschappelijke effecten en de wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken.
**4..** Gedeputeerde Staten dragen er bij de uitvoering van de begroting zorg voor dat de lasten van een beleidsdoel niet dusdanig overschreden worden dat de realisatie van andere beleidsdoelen binnen hetzelfde Programma onder druk komen te staan. Gedeputeerde Staten zijn bevoegd om binnen een programma te schuiven met het budget indien:
dit de realisatie van beleidsdoelen niet nadelig beïnvloedt, en
de wijziging maximaal 10% van de lasten per programma bedraagt.
**5..** Gedeputeerde Staten doen en accorderen gedurende het kalenderjaar binnen één programma alleen voorstellen met neutrale budgettaire wijzigingen waarbij lasten en baten in evenwicht zijn.
**6..** Gedeputeerde Staten informeren Provinciale Staten vooraf als het op basis van alle beschikbare informatie verwacht dat:
de lasten de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden met meer dan 10% of groter dan € 10.000.000 ten opzichte van de primaire begroting per programma met een minimum van € 100.000 of
de baten de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden met meer dan 10% of groter dan € 10.000.000 ten opzichte van de primaire begroting per programma met een minimum van € 100.000.
**7..** In de jaarstukken worden gerealiseerde afwijkingen > 10% op de oorspronkelijke ramingen zoals opgenomen in de primaire begroting van de baten en lasten op programmaniveau of op het niveau van sub-programma’s toegelicht.
**8..** Bij de jaarstukken worden de niet bestede delen van de structurele budgetten toegevoegd aan de algemene reserve. Incidentele budgetten kunnen maximaal eenmalig worden overgeheveld.
HOOFDSTUK 2
Artikel 6