**1..** De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden.
**2..** De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles.
**3..** Ter bevordering van de efficiënte en doelmatige accountantscontrole vindt periodiek (afstemmings-) overleg plaats tussen de accountant en de aangewezen vertegenwoordigers van Gedeputeerde Staten en de ambtelijke organisatie.
**4..** Periodiek vindt (afstemmings-) overleg plaats tussen de accountant en de Financiële auditcommissie over de voortgang en uitkomsten van de accountantscontrole.
HOOFDSTUK 2
Artikel 5