Naar hoofdinhoud

Artikel 3.2

Uitgiftecriteria

Onderdeel van Beleidsnota groen- en reststroken 2019

De uitgiftecriteria zijn: Van wie is het grondeigendom? De grond moet eigendom zijn van de gemeente Buren. Woont de verzoeker in een koop- of huurwoning? Groen- en reststroken worden alleen verkocht aan eigenaren van koop- of huurwoningen. Er worden geen groen- of reststroken verkocht aan bewoners van huurwoningen. Alleen in uitzonderlijke gevallen vindt verhuur van groen- en reststroken plaats. Redenen hiervoor kunnen zijn het tijdelijk gebruik van de grond voor een bepaald doel of activiteit of vanwege toekomstige ontwikkelingen waardoor de gemeente de grond in de toekomst nodig heeft. Bij hoge uitzondering worden er gebruiksovereenkomsten gesloten en alleen als dit in het belang is van de gemeente (bijvoorbeeld vanwege onderhoudstaak). Waar is het perceel grond gelegen? De grond moet direct grenzen aan het eigendom aan de voorkant, de zijkant of de achterkant van de woning / het perceel van de verzoeker. Ter voorkoming van onlogische eigendomsgrenzen kan alleen de groen- of reststrook worden uitgegeven dat een duidelijk geheel vormt bij het perceel van de verzoeker. Uitgifte mag niet leiden tot versnippering van het gemeentelijk eigendom of ingesloten eigendom waardoor een perceel onbereikbaar wordt. Het is aan de aanvrager om zo nodig met zijn buren tot een gezamenlijke aanvraag te komen. Een koper kan bijvoorbeeld niet het perceel kopen dat logischerwijze bij de woning van zijn of haar buurman hoort. Hoe wordt de groen- of reststrook beheerd en onderhouden? Bij uitgifte van de groen- of reststrook mogen geen onlogische, onesthetische en onpraktische sprongen in de eigendomsgrenzen ontstaan. De kans op misverstanden in het beheer en onderhoud zou daardoor worden vergroot. Het beheer en onderhoud mag niet minder efficiënt worden. Om het beheer en onderhoud aan de gemeentelijke eigendommen van bermen en fietspaden te kunnen uitvoeren wordt er 1,5 meter vrijgehouden en deze strook wordt niet uitgegeven. Is er een waardevolle of beeldbepalende boom aanwezig? De gemeente houdt een lijst bij van waardevolle en beeldbepalende bomen. Deze lijst is te vinden op de gemeentelijke website. Indien er een waardevolle of beeldbepalende boom op de groen- en reststroken staan of binnen een bepaalde afstand van de groen- of reststrook, dan kan de betreffende groen- of reststrook verkocht worden. Er vindt een controle plaats om te zien of de boom al op de waardevolle bomenlijst staat. Indien dit niet het geval is en er wordt een groen of reststroom met daarop een waardevolle of beeldbepalende boom uitgegeven, dan wordt de boom alsnog op de lijst gezet. De boom mag niet gekapt worden, tenzij er een omgevingsvergunning wordt verleend. Wat is de ligging van het perceel grond ten opzichte van het straatbeeld? De uitgfite van de groen- of reststrook mag geen negatieve invloed hebben op de wijk- en/of het straatbeeld. De invloed op het straatbeeld moet door objectieve waarneming door een stedenbouwkundige worden vastgesteld door toetsing aan het bestemmingsplan en door visuele beoordeling ter plaatse. Bij de beoordeling gelden de volgende globale uitgangspunten: in een straat met grote percelen met vrijstaande woningen wordt het straatbeeld meestal positiever beïnvloed door de inrichting van de voor en/of zijtuinen (en achtertuinen) rondom de woningen. Het openbaar groen vervult daar in het algemeen geen extra bijdrage aan het straatbeeld, tenzij er een duidelijke groenstructuur is in de wijk. In een straat met geschakelde woningen op ruime percelen met voortuinen geldt in het algemeen hetzelfde als onder bovenstaand punt. In een straat met rijtjeswoningen en kleine of geen voortuinen wordt de straat in het algemeen ‘aangekleed’ met openbaar groen. Het openbaar groen is in een dergelijke straat van grote esthetische waarde. Wat is de bestemming volgens het bestemmingsplan? In de meeste gevallen is de bestemming van de groen- of reststrook “groen” of “verkeer”. De groen- of reststrook wordt na verkoop door de koper bij zijn eigendom getrokken en maakt vervolgens onderdeel uit van zijn tuin. De consequentie hiervan is dat de situatie na verkoop niet meer met het bestemmingsplan overeenstemt. De gemeente zal de bestemmingswijzigingen met betrekking tot de groen- en reststroken verzamelen en meenemen in de jaarlijkse herziening van het bestemmingsplan (‘Veegplan’). De gemeente kan echter niet de garantie afgeven dat het wijzigen van de bestemming tot het gewenste resultaat leidt in verband met bezwaar en beroep procedures maar zal zich maximaal hiervoor inspannen. De bestemming kan alleen gewijzigd worden indien de woonbestemming goed inpasbaar in de omgeving is zonder dat daarvoor extra onderzoeken hoeven worden uitgevoerd. Dit geldt niet voor bestemmingsplanwijzigingen waarbij de gemeente inschat of het wijzigen van de bestemming überhaupt mogelijk is en waarvoor onderzoekskosten gemaakt moeten worden om te onderzoeken of het wijzigen van het bestemmingsplan mogelijk is. In dit geval zal de koper een verzoek moeten indienen om de bestemming te wijzigen en draagt hiervan zelf de kosten. Worden door uitgifte toekomstige ontwikkelingen belemmerd? Uitgifte van groen- en reststroken mogen er niet toe leiden dat andere inzichten, die op langere termijn naar verwachting kunnen ontstaan met betrekking tot gebruik en waarde, niet geldend gemaakt kunnen worden. In dit verband moet mede gedacht worden aan wegreconstructies, aanleg woonerven, vergroting parkeergelegenheid, realisering van een andere bestemming of gebruik van het openbaar groen. Samenvattend, de uitgifte van groen- en reststroken moet stedenbouwkundig verantwoord zijn. Wat is de gebruikersfunctie? De grond mag geen huidige of potentiële gebruikersfunctie of –waarde hebben voor de gemeente, zoals het gebruik of potentiële gebruik als: verkeersdoeleinden (openbare infrastructuur); recreatieve doeleinden; afscherming, camouflage of buffer; water of waterberging. Ontstaan door uitgifte verkeersonveilige situaties? Bij het bepalen of een perceel grond uitgeefbaar is, wordt rekening gehouden met de verkeersveiligheid en overzichtelijkheid. Indien de uitgifte leidt tot een onveilige verkeerssituatie, kan de grond niet worden uitgegeven. Bij de beoordeling van de verkeersveiligheid en de vraag of bij uitgifte nog een overzichtelijke situatie aanwezig is vindt maatwerk plaats op basis van de specifieke locatie en omstandigheden. Verkoop van een inrit is bijvoorbeeld mogelijk indien uit de beoordeling blijkt dat er geen openbaar karakter wordt onttrokken en de verkeersveiligheid ook niet in het gedrang is. Zijn er bouwmogelijkheden op het perceel grond of worden de bouwmogelijkheden door verkoop van de groen- of reststrook vergroot? De bouwmogelijkheden van de betreffende groen- en reststrook zijn vastgelegd in het bestemmingsplan. Hieraan moeten kopers zich houden. Zijn er nutsvoorzieningen (kabels en leidingen) aanwezig? Door middel van een klic-melding wordt gecontroleerd of er kabels en leidingen in de grond liggen. Groen- en reststroken waarin kabels en leidingen van nutsbedrijven (anders dan huisaansluitingen) liggen, kunnen verkocht worden en hiervoor wordt een opstalrecht gevestigd. Aan de betrokken nutsbedrijven wordt gevraagd of zij bezwaar hebben tegen verkoop van de grond met de kabels en leidingen. De kosten van de klic-melding en het vestigen van het opstalrecht komen voor rekening van de kopers. Indien de betrokken nutsbedrijven aangeven dat de kabels en/of leidingen verplaatst moeten worden dan worden de kosten, voordat verkoop plaatsvindt, aan de kopers medegedeeld waarna zij een overweging nemen om de groen- of reststrook alsnog te kopen. De kosten voor het verplaatsen van kabels en leidingen komen voor rekening van de kopers. Indien er sprake is van kabels en leidingen en de nutsbedrijven aangeven dat het betreffende (gedeelte van het) perceel niet uitgegeven kan worden, dan wordt er gehandhaafd en moet de gebruiker het betreffende (gedeelte van het) perceel in de oorspronkelijke staat terug leveren aan de gemeente. De betreffende strook grond wordt dan ook niet in gebruik gegeven of verhuurd. Beleidslijn 4: Het college van B&W kan op basis van maatwerk afwijken van de uitgiftecriteria, de wijze van uitgifte en de grondprijs als de omstandigheden daarom vragen.

Rechtspraak bij dit artikel