Begin 2017 is er nieuwe jurisprudentie verschenen over verjaring van groen- en reststroken. De Hoge Raad heeft beslist dat het in bezit nemen van andermans grond (gemeentegrond), met eigendomsverlies door verjaring als gevolg, onrechtmatig is tegenover de oorspronkelijke eigenaar (gemeente). Dit onrechtmatig handelen levert voldoende grond op voor een vordering tot schadevergoeding door de oorspronkelijke eigenaar. De oorspronkelijke eigenaar leidt schade die in verband staat met het verlies van het grondeigendom als gevolg van verjaring. Hierdoor moet er een schadevergoeding betaald worden door de verkrijger aan de oorspronkelijke eigenaar. De schadevergoeding hoeft niet altijd te bestaan uit een financiële vergoeding (ter hoogte van de grondwaarde), maar kan ook bestaan uit een vergoeding in natura bijvoorbeeld door het (terug)leveren van de grond.
De oorspronkelijke eigenaar (gemeente) moet het verzoek tot het betalen van schadevergoeding uiterlijk indienen maximaal twintig jaar na de gebeurtenis waardoor de schade is ontstaan. De schade ontstaat hierbij niet zodra de grond in bezit is genomen, maar zodra het eigendom verloren gaat door de verjaring (dus na twintig jaar bezit).
Wanneer vaststaat dat er sprake is van verjaring, zal de gemeente een voorbehoud tot schadevergoeding maken. De gemeente kan zodoende een schadevergoeding eisen waardoor het voor de verzoekers toch verstandiger kan zijn om de groen- of reststrook te kopen. De gemeente zal de schadevergoeding claimen bij de verkrijger, tenzij het college van B&W van mening is om hiervan af te wijken. In overleg met de betrokken afdeling zal de processtrategie bepaald worden en of een rechtsgang gemaakt zal worden om schadevergoeding te claimen bij degene die de grond in bezit heeft genomen.
Beleidslijn 5:
In geval van verjaring van groen- en reststroken zal in principe schadevergoeding geclaimd worden bij de verkrijger tenzij het college van B&W van mening is om hiervan af te wijken.