Naar hoofdinhoud
Burgemeester en wethouders oefenen namens de raad de bevoegdheid uit om nieuwe interferentiegebieden aan te wijzen en vast te stellen en de grenzen van een interferentiegebied te wijzigen en opnieuw vast te stellen, indien zij van oordeel zijn dat dit ter voorkoming van interferentie tussen gesloten en tussen gesloten en open bodemenergiesystemen onderling of anderszins ter bevordering van een doelmatig gebruik van bodemenergie nodig is. Van deze bevoegdheid kan pas gebruik worden gemaakt nadat de raad daarover vooraf en tijdig is geïnformeerd. Over deze wijziging vindt afstemming plaats met Gedeputeerde Staten van Utrecht.

Rechtspraak bij dit artikel