Een grondroerder is verplicht om bij de aanleg van kabels of leidingen in openbare gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken van bestaande, hetzij door andere netbeheerders dan wel door of in opdracht van het college aangelegde voorzieningen.
Het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.2., tweede lid, dan wel een door het college geïnitieerd overleg naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, is er mede op gericht te bepalen of en zo ja langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.
Indien de grondroerder een redelijk aanbod wordt gedaan om gebruik te maken van de vooraangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels, is de grondroerder verplicht om voor de aanleg of uitbreiding van zijn netwerk van deze voorzieningen gebruik te maken.
Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe leidingen, dient de grondroerder een alternatief tracé te kiezen, of aan een netbeheerder een billijk verzoek tot medegebruik van leidingen te doen, op grond van artikel 5.12, van de Telecommunicatiewet.
Hoofdstuk 3:
Artikel 3.4.
(Mede)gebruik van voorzieningen
Onderdeel van Verordening Ondergrondse Infrastructuur gemeente Someren 2018