Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 4.3.

Voorschriften en beperkingen

Onderdeel van Verordening Ondergrondse Infrastructuur gemeente Someren 2018

Het college kan aan de vergunning en het instemmingsbesluit nadere voorschriften of beperkingen verbinden in het belang van: De openbare orde; Veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid of een goede doorstroming van het verkeer; Het voorkomen of beperken van schade of overlast; waaronder mede verstaan wordt de bescherming van eventuele archeologische vondsten, van groenvoorzieningen, bomen en beplantingen en van het uiterlijke aanzien van de omgeving; De bereikbaarheid van gronden of gebouwen; waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare gronden en gebouwen en het doelmatig beheer en onderhoud ervan en het belang van nader aan te geven grote lokale evenementen als weekmarkten en kermissen; De ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt het zo min mogelijk hinder veroorzaken voor reeds in de grond aanwezige werken en het niet in gevaar brengen of zonder noodzaak bemoeilijken van deze werken, waaronder mede verstaan worden werken ten behoeve van de riolering en de levering of het transport van elektronische informatie, gas, water en elektriciteit. De voorschriften of beperkingen, zoals genoemd in het eerste lid, hebben betrekking op: Het tijdstip, de plaats en wijze van uitvoering bij aanleg, instandhouding, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels of leidingen; Het medegebruik van voorzieningen, zoals kabelgoten en geleidingen, die door derden of de het college tegen marktconforme prijzen ter beschikking worden gesteld; Het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken; Afmetingen van kasten, handholes en andere toebehoren behorende bij het netwerk, niet zijnde een openbaar elektronisch communicatienetwerk. De grondroerder start de werkzaamheden binnen een jaar na de datum van vergunningverlening of instemmingsbesluit en voltooit de werkzaamheden zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen 6 maanden na aanvang, tenzij in de vergunning of het instemmingsbesluit anders is bepaald. De grondroerder informeert omwonenden schriftelijk van de uit te voeren werkzaamheden over aanvang, duur, aard en plaats van de werkzaamheden. De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels of leidingen en medegebruik van voorzieningen gebeurt volgens de door het college vastgestelde nadere regels. De grondroerder vergoedt aan het college de schade voortvloeiend uit de werkzaamheden, waarbij de omvang beperkt is tot vergoeding van de marktconforme kosten van de door het college ter beschikking gestelde voorzieningen en van de meerdere marktconforme kosten van onderhoud. De grondroerder is verplicht na het einde van de werkzaamheden de grond, eventuele verhardingen en beplanting terug te brengen in de oude staat, tenzij het college vooraf heeft aangegeven hier zelf zorg voor te willen dragen. Het college stelt nadere regels op voor het in rekening brengen van de kosten voor herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van de openbare ruimte die het rechtstreekse gevolg zijn van uitgevoerde werkzaamheden aan leidingen in de openbare ruimte. Indien een grondroerder/netbeheerder binnen 5 jaar na groot onderhoud of herinrichting van de openbare gronden werkzaamheden wil uitvoeren, kan het college bijzondere voorwaarden stellen aan het herstel. De hiermee gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de grondroerder. Ten aanzien van het herstellen van bijzondere bestrating stelt het college nadere regels vast.

Rechtspraak bij dit artikel