Naar hoofdinhoud
1. Direct na opening van de vergadering spreekt de voorzitter het openingsgebed uit. Aan het einde van de vergadering wordt het dankgebed uitgesproken, waarna de voorzitter de openbare vergadering sluit. 2. De voorzitter nodigt de raadsleden uit het openings- en dankgebed staande aan te horen. 3. De formulering van het openings- en dankgebed wordt vastgesteld door het presidium.

Rechtspraak bij dit artikel