Naar hoofdinhoud
1.. De raad stelt de programma-indeling vast. 2.. De raad stelt per programma vast: de beoogde maatschappelijke effecten: wat willen we bereiken; de te leveren goederen en diensten: wat gaan we daarvoor doen; de lasten: wat mag het kosten; de baten: wat zijn de opbrengsten. 3.. De raad autoriseert met het vaststellen van de programmabegroting de investeringskredieten en de baten en lasten per programma. 4.. Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking tot de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren goederen en diensten. 5.. De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het vierde lid, vast. 6.. Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde goederen en diensten en de maatschappelijke effecten, zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.

Rechtspraak bij dit artikel