Als het raadslid ten gevolge van invaliditeit het raadslidmaatschap niet meer kan uitoefenen, kan hij met ingang van de dag waarop zijn raadslidmaatschap eindigt, aanspraak maken op een uitkering gedurende 24 maanden.
De uitkering bedraagt over de eerste periode van 12 maanden 80% en de tweede periode van 12 maanden 70% van de in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden bedoelde vergoeding.
Het college kan het betreffende raadslid verplichten zich aan een medisch onderzoek te onderwerpen ter beantwoording van de vraag of het raadslid op medische gronden niet meer in staat is tot het verrichten van de werkzaamheden van raadslid.
§ 2
Artikel 10
Uitkering bij beëindiging raadslidmaatschap vanwege arbeidsongeschiktheid
Onderdeel van Verordening rechtspositie raadsleden, fractievertegenwoordigers en wethouders 2018.