Naar hoofdinhoud
1.. De met ondersteuning bij het wonen in een geschikt huis te bereiken resultaten hebben betrekking op de bereikbaarheid, toe- en doorgankelijkheid en bruikbaarheid van de woning met het oog op normaal gebruik. 2.. Voor zover de cliënt kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning, welke verhuizing kan leiden tot het in staat zijn van een normaal gebruik van de woning, zal het primaat verhuizen eerst beoordeeld worden om het gewenste resultaat te bereiken. Deze beoordeling vindt alleen plaats indien de verwachte kosten van het aanpassen van de woning hoger geraamd worden dan € 10.000,00. 3.. De kostprijs van een woonvoorziening voor het geschikt maken van de woning van de cliënt wordt vastgesteld op basis van een door het college geaccepteerde offerte op basis van een programma van eisen. 4.. Indien het college inschat dat de kostprijs als bedoeld in het derde lid minder dan € 5.000,00 bedraagt, kan opdrachtverlening plaatsvinden zonder voorafgaande offerte-aanvraag. 5.. De cliënt kan voor een woonvoorziening in aanmerking komen indien blijkt dat verhuizing als bedoeld in het tweede lid niet binnen een redelijke of medisch aanvaardbare termijn mogelijk is. 6.. Een woonvoorziening kan slechts worden toegekend voor zover: er sprake is van een zelfstandige woning; de woning nog minstens vijf jaar in stand blijft. 7.. Dit artikel is niet van toepassing op: het toekennen van woonvoorzieningen aan tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen, hotels/pensions, trekkerswoonwagens, en bij niet zelfstandige woningen zoals bij kamerverhuur; het toekennen van woonvoorzieningen in specifiek op mensen met beperkingen gerichte woongebouwen wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten dan wel woonvoorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kunnen of hadden kunnen worden meegenomen. 8.. Een aanvraag kan in ieder geval worden geweigerd indien: de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen in het normale gebruik van de woning ten gevolge van beperkingen geen aanleiding bestond en er geen andere noodzaak aanwezig was; de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; de cliënt verhuisd is naar een woonruimte die niet bestemd of geschikt is om het gehele jaar door bewoond te worden; de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; de noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud dan wel slechts strekt ter renovatie van de woning of om deze in overeenstemming te brengen met de eisen die redelijkerwijs aan de woning mogen worden gesteld; de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw; deze betrekking heeft op woonvoorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen.

Rechtspraak bij dit artikel