**1..** De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 17,50 per bijdrageperiode voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
**2..** In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage in de kosten verschuldigd per bijdrageperiode voor:
cliënten met een inkomen tot maximaal 110% van de toepasselijke bruto bijstandsnorm;
verstrekking van een maatwerkvoorziening of pgb voor aanpassing van een gemeenschappelijke ruimte voor zover deze betrekking heeft op het toe- en doorgankelijk maken van het woongebouw, waardoor meerdere personen gebruik kunnen maken van deze aanpassing;
verstrekking van een maatwerkvoorziening of pgb voor kosten van onderhoud, keuring, reparatie en aanpassing van een woonvoorziening, die niet meteen bij de eerste verstrekking van de betreffende maatwerkvoorziening zijn inbegrepen;
de toekenning van een maatwerkvoorziening in de vorm van het recht op gebruik van collectief vervoer tegen gereduceerd tarief;
verstrekking van een maatwerkvoorziening of pgb voor vervoersvoorzieningen voor zover de voorziening bestaat uit of bedoeld is voor accessoires, aanpassingen van hulpmiddelen (met uitzondering van autoaanpassingen), rijlessen of reparatie-, onderhouds- en keuringskosten die niet bij de eerste verstrekking van de maatwerkvoorziening zijn inbegrepen.
**3..** In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd.
**4..** Als de bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd, is de bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
HOOFDSTUK 7.
Artikel 7.2