Tot 2015 was begeleiding een functie in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), waarbij de indicatie werd gebaseerd op een grondslag. In de Wmo 2015 kennen we geen grondslagen maar vormt het gesprek (het onderzoek) de basis voor de indicatiestelling. Hoe individueel deze maatwerkvoorzieningen ook worden benaderd, er is toch behoefte aan instrumenten om de hulpvraag te objectiveren en hierdoor richting geven aan de indicatiestelling. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de Zelfredzaamheidsmatrix (zrm) die is ontwikkeld (zie bijlage).
Naar aanleiding van de uitkomst van de zrm wordt bepaald in welk cliëntprofiel de cliënt het beste past en welk resultaat behaald kan worden bij deze cliënt. Dit wordt beschreven in een zorgplan. Het zorgplan beschrijft niet enkel de huidige situatie, maar beschrijft ook de doelen of resultaten die behaald moeten worden.
Er zijn drie cliëntprofielen vastgesteld (zie bijlage voor uitgebreide beschrijving):
Verandering en groei
Welbevinden
Stabiliteit en behoud
Binnen deze cliëntprofielen zijn drie niveaus geformuleerd: licht, middel en zwaar. In totaal zorgt dit voor 9 geformuleerde resultaten die bereikt kunnen worden.
De zorgaanbieders worden geacht het beoogde resultaat bij de cliënt te realiseren. Indien de cliënt vervoer nodig heeft, omdat vervoer nodig is naar de locatie waar de (groeps)begeleiding gegeven wordt, dan is de zorgaanbieder verantwoordelijk voor het vervoer. In de prijsafspraken is het vervoer meegenomen, met uitzondering van rolstoelvervoer waarvoor wel een aparte vergoeding wordt gegeven.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.6.6
Indiceren Begeleiding
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Bergeijk 2018