Voor de vaststelling van de subsidie overlegt de houder de verantwoording uiterlijk 1 juni volgend op het jaar waarvoor de subsidie is verleend. De verantwoording van de ouderbijdragen maakt hier deel van uit.
Voor de vaststelling wordt gebruik gemaakt van een door de gemeente vastgesteld en door de houder ingevuld rapportageformat en is verplicht alle gevraagde bijlagen in het format toe te voegen.
De financiële verantwoording moet voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 7 van de ‘Algemene subsidieverordening gemeente Dalfsen 2013’
De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van het werkelijk aantal bezette peuterplaatsen en VVE-peuterplaatsen, het geldende uurtarief en de gefactureerde ouderbijdragen.
De houder beschikt over onderliggende gegevens en kan deze op aanvraag binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan de gemeente, zodat de gemeente desgewenst of steekproefsgewijs het recht op subsidie kan controleren. Het gaat daarbij onder meer om:
een door de ouders ondertekend contract met daarin de namen, adres(sen) en BSN van ouders;
naam, geboortedatum en BSN van de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft;
een ‘Verklaring geen recht op Kinderopvangtoeslag’ (als bijlage bij het aanvraagformulier opgenomen) en een Inkomensverklaring van de niet-werkende ouder, voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag;
inkomensgegevens van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag middels recente Inkomensverklaringen of een kopie van de definitieve aangifte van de inkomstenbelasting van het voorgaande jaar;
indien het gaat om een VVE-peuterplaats: een bewijs van indicatiestelling voor VVE van het Consultatiebureau JGZ (Jeugdgezondheidszorg).
De gegevens genoemd in lid 5 moeten minimaal één kalenderjaar na het jaar waarover verantwoording is afgelegd door de houder bewaard blijven.
HOOFDSTUK 1
Artikel 9
Vaststelling van de subsidie.
Onderdeel van Beleidsregels subsidie peuteropvang en VVE gemeente Dalfsen