Naar hoofdinhoud
1.. Indien belanghebbende in een inrichting verblijft, kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de huur, vastrecht energielasten en inboedelverzekering voor maximaal zes maanden. 2.. Indien de verwachting is dat de belanghebbende zal terugkeren naar zijn woning, kan de periode zoals genoemd in lid 1 verlengd worden met maximaal twee keer zes maanden. 3.. Vanaf de datum dat bekend is dat belanghebbende niet zal terugkeren naar zijn woning, wordt de bijzondere bijstand nog voor maximaal drie maanden verstrekt. 4.. Indien er sprake is van kostendelende medebewoner(s) wordt de bijzondere bijstand onder lid 1 lager vastgesteld met het verschil tussen de norm van artikel 21, aanhef en onder a. van de wet en artikel 22a van de wet, zoals deze zou zijn verstrekt als de belanghebbende niet in een inrichting verblijft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel