Naar hoofdinhoud
1. Na de opening van de vergadering kan elke aangemelde spreker gedurende maximaal vijf minuten het woord voeren. Voor het inspreken is maximaal twintig minuten gereserveerd in de agenda. 2. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers, als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 3. Het woord kan alleen gevoerd worden over op de agenda staande onderwerpen. 4. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, moet dit uiterlijk op de dag waarop de vergadering plaatsvindt, voor 12.00 uur melden aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren.

Rechtspraak bij dit artikel