Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Taken van de vertrouwenspersoon ongewenst gedrag

Onderdeel van Klachtenregeling ongewenst gedrag Goeree-Overflakkee

De vertrouwenspersoon ongewenst gedrag heeft tot taak: het bieden van eerste opvang aan de medewerker; het adviseren over de mogelijkheden om het probleem aan te pakken, en het zo nodig doorverwijzen naar een hulpverlenende instantie; het adviseren over en behulpzaam zijn bij eventuele verder te nemen stappen; het ondersteunen en begeleiden van de medewerker die geconfronteerd is met ongewenste omgangsvormen bij het indienen van een klacht bij de commissie en bij het horen door deze commissie; het verlenen van nazorg na de oplossing of na de behandeling van een klacht door de commissie met als doel na te gaan of het indienen van een klacht niet leidt tot gevolgen voor de klager; of de ongewenste omgangsvormen zijn opgehouden; of de door het bevoegd gezag gestelde maatregel wordt uitgevoerd; het signaleren van algemene knelpunten in de organisatie; het met toestemming van de medewerker signaleren van concrete knelpunten bij functionarissen, die beroepshalve een verantwoordelijkheid hebben bij het aanpakken van seksuele intimidatie, pesten, discriminatie, agressie of geweld; het opstellen van een jaarverslag aan het bevoegd gezag waarin de meldingen geanonimiseerd zijn opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel