Naar hoofdinhoud

Artikel 14.

Omgevingsvergunning gemeentelijk monument

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Woensdrecht 2018

Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument: te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Het eerste lid is niet van toepassing op: de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt, of inpandige veranderingen van het monument, voor zover het een onderdeel daarvan betreft dat vanuit het oogpunt van monumentenzorg zonder betekenis is. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in het tweede lid. Bij de beoordeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt de redengevende beschrijving van het monument als uitgangspunt genomen. Bij de beoordeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning kan – indien de redengevende beschrijving onvoldoende aanknopingspunten biedt – een bouwhistorisch onderzoek worden verlangd. Burgemeester en wethouders zenden onverwijld een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om omgevingsvergunning voor een gemeentelijk monument aan de gemeentelijke adviescommissie voor advies. De termijn waarbinnen advies door de adviescommissie wordt uitgebracht bedraagt 2 weken vanaf het moment dat het plan in haar vergadering is benaderd.

Rechtspraak bij dit artikel