Het bestuur zendt voor 15 april de voorlopige jaarrekening aan de raden.
Het bestuur voegt bij de voorlopige jaarrekening een controleverklaring en een verslag van bevindingen van de accountant.
De raden kunnen binnen acht weken, nadat de in het eerste en tweede lid bedoelde stukken zijn toegezonden, aan het bestuur een zienswijze indienen.
Het bestuur stelt de jaarrekening vast voor 1 juli.
Het bestuur zendt de jaarrekening uiterlijk 15 juli aan Gedeputeerde Staten.