Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1

Artikel 2.2

Uitgangspunten toedeling ontwikkelingsruimte segment 2 PAS

Onderdeel van Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 25 september 2018, nr. 81DABDB4, tot vaststelling van de wijziging van de Beleidsregels natuur en landschap 2017

1.. Gedeputeerde Staten delen bij een toestemmingsbesluit alleen ontwikkelingsruimte toe indien de huisvestingssystemen in dat dierenverblijf een emissiewaarde voor ammoniak hebben die gelijk of lager is dan de waarde die is vermeld in het Besluit emissiearme huisvesting met de daarbij behorende Bijlage 1. 2.. De toedeling van ontwikkelingsruimte als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van het Besluit natuurbescherming, ten behoeve van projecten en andere handelingen waarvoor een beroep wordt gedaan op segment 2, vindt plaats als volgt: aan een project of andere handeling wordt bij een toestemmingsbesluit niet meer dan 3 mol stikstof per hectare per jaar aan ontwikkelingsruimte toegedeeld per PAS-programmaperiode; Ingeval het project of de andere handeling betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer geldt de waarde van 3 mol stikstof per hectare per jaar per PAS-programmaperiode, zoals bedoeld onder a, in cumulatie met andere projecten of handelingen met betrekking tot dezelfde inrichting, met inbegrip van projecten en handelingen in de PAS-programmaperiode die ingevolge artikel 2.12 van het Besluit natuurbescherming zijn uitgezonderd van het verbod van artikel 2.7, tweede lid, van de wet. de 3 mol heeft enkel betrekking op de hectares waarbinnen een voor stikstof gevoelig natuurlijke habitat of stikstof gevoelige habitat van een soort voorkomt en waarbij sprake is van een overbelasting of naderende overbelasting van stikstofdepositie. Van een naderende overbelasting is sprake als totale stikstofdepositie maximaal 70 mol/ha/j onder de kritische depositie waarde (KDW) ligt. 3.. Het project of de andere handeling waarvoor ontwikkelingsruimte is toegedeeld, dient binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van het toestemmingsbesluit waarbij de ontwikkelingsruimte is toegedeeld, te zijn gerealiseerd onderscheidenlijk verricht. 4.. Na twee jaar kunnen Gedeputeerde Staten het door hen hiervoor vastgestelde toestemmingsbesluit (al dan niet gedeeltelijk) intrekken of wijzigen of, indien het om een omgevingsvergunning gaat, burgemeester en wethouders verzoeken het toestemmingsbesluit (al dan niet gedeeltelijk) in te trekken of wijzigen. 5.. Voor de toedeling van ontwikkelingsruimte in segment 2 geldt de volgorde van ontvangst van de volledige en ontvankelijke aanvraag voor een toestemmingsbesluit. Bij binnenkomst via de post geldt het tijdstip van 12.00 uur. 6.. Gedeputeerde Staten kunnen het eerste, tweede, derde en vijfde lid van dit artikel buiten toepassing laten of daarvan afwijken, wanneer onverkorte toepassing ervan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregel te dienen doelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel