Gedeputeerde Staten kunnen de in het meldingsformulier gemelde voorgenomen handelingen als bedoeld in artikel 6.26, eerste t/m derde lid, van de interim Omgevingsverordening verbieden of aan voorwaarden verbinden indien de natuurwetenschappelijke, landschappelijke, cultuurhistorische of archeologische waarden blijvend worden aangetast.
Dit is onder andere het geval indien:
de kenmerken van het verkavelingspatroon van het landschapstype blijvend worden aangetast;
de volledigheid of eenheid van het landschapselement blijvend wordt aangetast;
plaatselijke natuurwaarden worden aangetast.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.5