1. De instelling waaraan een incidentele subsidie is verstrekt, dient deze binnen 8 weken na afloop van de activiteit te verantwoorden.
2. De vrijwilligersinstelling waaraan een periodieke subsidie is verstrekt van € 7.500,00 of meer, moet deze voor 1 april na afloop van het betreffende subsidietijdvak verantwoorden door middel van een jaarverslag, jaarrekening en balans. Indien een periodieke subsidie lager dan €7.500,00 is verstrekt, hoeft verantwoording niet plaats te vinden en wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld. Er kan echter een steekproefsgewijze controle plaatsvinden.
3. De professionele instelling waaraan een periodieke subsidie is verstrekt, verantwoordt deze voor 1 juni na afloop van het volgende jaar. Indien het subsidietijdvak niet gelijk is aan een jaar maar aan een periode van twaalf maanden dan dient voor 1 januari na afloop van het subsidietijdvak verantwoording te worden afgelegd over de besteding van de subsidie.
4. Bij overschrijding van de in lid 1, 2 en 3 vermelde termijn kan intrekking of wijziging van de subsidievaststelling plaatsvinden op grond van art. 4:49 lid 1 sub c Awb. Indien de subsidie is verleend en nog geen vaststelling heeft plaatsgevonden, kan de subsidie lager worden vastgesteld dan wel worden ingetrokken op grond van art. 4:48 lid 1 sub b Awb. De verlaging bedraagt 2% van de verleende subsidie voor iedere week dat de in lid 2 of 3 vermelde termijn is overschreden, tot een maximum van 20%.
5. Professionele instellingen waaraan een periodieke subsidie van € 25.000,00 of meer per jaar of
per twaalf maanden is verstrekt, leggen verantwoording af door middel van een jaarverslag, jaarrekening, balans en een verklaring van getrouwheid en rechtmatigheid van een accountant als bedoeld in artikel 2: 393, lid 1 Burgerlijk Wetboek en van het accountantsrapport waarop de verklaring is gebaseerd. Indien de verstrekte periodieke subsidie lager is dan € 25.000,00 per jaar of per twaalf maanden volstaat een jaarverslag en jaarrekening.
6. Professionele instellingen en vrijwilligersinstellingen waaraan een incidentele subsidie van meer dan € 2.500,00 per jaar is verstrekt, leggen verantwoording af door middel van een activiteitenverslag en een overzicht van de aan de activiteiten verbonden inkomsten en uitgaven.
7. Uit het activiteitenverslag moet in ieder geval blijken:
- Het aantal deelnemers of bezoekers,
- De uitgevoerde activiteiten en de mate waarin voldaan is aan de bij de
subsidieverstrekking opgelegde verplichtingen en de daarbij van toepassing zijnde voorwaarden.
- de ondernomen activiteiten ten aanzien van de Meldcode huiselijk geweld en kindermismandeling
8. Indien de subsidie is verleend dan geldt de indiening van het activiteitenverslag en het overzicht van de aan de activiteiten verbonden inkomsten en uitgaven of het kalenderjaarverslag en de kalenderjaarrekening tevens als een aanvraag tot vaststelling van de subsidie.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.10.
De verantwoording
Onderdeel van Besluit nadere regels subsidieverstrekking 2018