1. De de vrijwilligersinstelling organiseert een activiteit in samenwerking met andere instellingen om op deze wijze integratie en participatie extra te stimuleren.
2. Aan minimaal de helft van de te organiseren activiteiten dient door zowel allochtonen als autochtonen aantoonbaar te worden deelgenomen.
3. De te organiseren activiteiten moeten, naar het oordeel van het college, in voldoende mate door en voor allochtone vrouwen georganiseerd worden. De inspanning wordt als voldoende beoordeeld als 50% van de activiteiten mede wordt georganiseerd door vrouwen, of als meer dan 50% van de deelnemers uit vrouwen bestaat.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.5.
Bijzondere verplichtingen periodieke subsidie
Onderdeel van Besluit nadere regels subsidieverstrekking 2018