Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9.

Artikel 9.5.

Bijzondere verplichtingen

Onderdeel van Besluit nadere regels subsidieverstrekking 2018

Er gelden de volgende bijzondere voorwaarden: - De houder dient te beschikken over een pedagogisch beleidsplan. Door het aanbod van gerichte programma's wordt de sociaal emotionele-, taal- en cognitieve ontwikkeling van peuters ondersteund middels spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en ondersteunen. - De houder beschikt over een achterwachtregeling. - De houder heeft een actieve rol bij het controleren van de veiligheids- en gezondheidsrisico's aan de hand van een jaarlijkse inventarisatie van de veiligheids- en gezondheidsrisico's die kinderen lopen in peuterspeelzaal of kinderopvangorganisatie. Daartoe voert de houder een verantwoord veiligheids- en gezondheidsbeleid. - In een peuterspeelzaalgroep mogen gelijktijdig niet meer dan zestien kinderen aanwezig zijn. In een peuterspeelzaalgroep is altijd ten minste een beroepskracht aanwezig. Indien er meer dan acht kinderen feitelijk aanwezig zijn in een peuterspeelzaalgroep dan zijn er twee beroepskrachten aanwezig. - Beroepskrachten werkzaam in het peuterspeelzaalwerk moeten ten minste een pedagogische opleiding op MBO3-niveau hebben afgerond. Het gaat hier om een opleiding SPW-3 of een equivalent uit de CAO Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening. Is een peuterspeelzaal aangewezen als voorschoolse educatie, dan gelden de eisen uit het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. - Personen werkzaam in het peuterspeelzaalwerk dienen in het bezit te zijn van een geldige verklaring omtrent het gedrag. - De houder dient een meldcode te hebben voor kindermishandeling, waarin een duidelijke procedure is vastgelegd die gevolgd kan worden in geval van een (vermoeden) van kindermishandeling of seksueel misbruik. - Indien er vrijwilligers in een peuterspeelzaal werkzaam zijn, legt de houder het vrijwilligersbeleid vast in een beleidsplan. - Per peuter wordt tenminste 6 uur per week (2 x 3 uur) tot maximaal 240 uur per jaar opvang geboden; - Ouders van peuters die een peuterspeelzaal bezoeken, niet zijnde een kinderopvangorganisatie, betalen een inkomensafhankelijke bijdrag. De VNG heeft een adviestabel ontwikkeld. - Professionele begeleid(st)ers worden gesalarieerd conform de CAO Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening; 2. Subsidie is mogelijk voor peuters die een peuterspeelzaal bezoeken in organisaties die uitsluitend peuterspeelzaalwerk bieden. Tevens is subsidie mogelijk voor peuters die een peuterspeelzaal bezoeken in een organisatie voor kinderopvang waarvan de ouders geen recht hebben op een toeslag voor kinderopvang. 3. De organisatie voor kinderopvang controleert of er recht op kinderopvangtoeslag bestaat.

Rechtspraak bij dit artikel