Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 4

PGB Woonvoorzieningen

Onderdeel van Maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2018

1. Het PGB voor aanschaf van een woonvoorziening is gelijk aan de kostprijs van de goedkoopst compenserende voorziening. 2. De goedkoopst compenserende voorziening kan blijken uit een door het college goedgekeurde kostenbegroting of uit een door de gemeente met een gecontracteerde leverancier afgesloten overeenkomst. 3. Het PGB wordt betaald aan de budgethouder, nadat deze een getekende opdracht-bevestiging dan wel factuur heeft overgelegd. 4. Indien een PGB voor aanschaf van een voorziening wordt verstrekt, kan zo nodig ook een PGB voor instandhoudingkosten worden toegekend. 5. Het PGB voor instandhoudingkosten wordt achteraf op declaratiebasis betaald zolang de technische levensduur van de voorziening niet is verstreken en de kosten niet vallen onder garantiebepalingen van de leverancier. 6. Instandhoudingskosten kunnen uitsluitend betrekking hebben op trapliften, rolstoel- of sta – plateauliften, woonhuisliften, plateauliften, balansliften; tilliften, mechanisme voor een hoog / laag verstelbaar keukenblokken en elektromechanische openings - en sluitings-mechanismen van deuren; 7. De hoogte van het PGB voor instandhoudingkosten is beperkt tot de werkelijk gemaakte kosten en is, indien van toepassing, gemaximeerd tot het tarief dat voor de van toepassing zijnde productcategorie door gecontracteerde leveranciers wordt gehanteerd. 8. Indien een traplift is geplaatst op of na 1 januari 2017 wordt, afwijkend van het vorige lid, geen PGB voor instandhoudingskosten toegekend. 9. Indien een traplift is geplaatst voor 1 januari 2017, is het PGB voor instandhoudingkosten, afwijkend van het 7e lid, gemaximeerd tot € 187,- per kalenderjaar. 10. Het PGB in kosten van verhuizing bedraagt € 2.689,00. 11. Indien de begrote en goedgekeurde kosten van een bouwkundige of woon-technische ingreep aan de te verlaten woning meer bedragen dan € 15.000,00, bedraagt het PGB als bedoeld in het vorige lid 20 % van die begrote en goed-gekeurde kosten.

Rechtspraak bij dit artikel