Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.

Definities

Onderdeel van Verordening financieel beleid en beheer gemeente Arnhem 2018

In deze verordening wordt verstaan onder: cluster: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie die als zodanig een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan de directie heeft; administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Arnhem en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Arnhem, teneinde te komen tot een goed inzicht in: de financieel-economische positie; het financiële beheer; de uitvoering van de begroting; het afwikkelen van vorderingen en schulden; alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover; administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding; jaarcyclus: proces van financiële kaderstelling, (meerjaren)begroting, tussentijdse rapportage en jaarverslag en jaarrekening; programma: samenhangend geheel van activiteiten; financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente Arnhem; h. rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en collegebesluiten; doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen; doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald; inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves; netto schuldquote: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen op 31 december van het begrotingsjaar maal 100%. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van vaste schulden, netto vlottende schuld en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan het totaal van financiële activa, uitzettingen korter dan 1 jaar, liquide middelen en overlopende activa; solvabiliteitsratio: het eigen vermogen gedeeld door het balanstotaal (maal 100%); weerstandsfactor:De beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de gewenste weerstandscapaciteit bij een zekerheidsperecentage van 90% onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting: verschil tussen de opbrengst onroerende zaakbelasting bij de tarieven die minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet en de (geraamde) opbrengst onroerende zaakbelasting; budgethouder: ambtelijk verantwoordelijke voor zowel de besteding van de middelen (budget) als het realiseren van de opdracht binnen het budget; algemene reserve: een permanente reserve die dient als buffer voor het opvangen van exploitatietekorten en onvoorziene risico’s, of voor het uitvoeren van beleid; bestemmingsreserve: een reserve met een tijdelijk karakter, waar de raad een specifiek doel aan heeft verbonden.

Rechtspraak bij dit artikel