Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 15

Termijnen huurgraven

Onderdeel van Verordening algemene begraafplaatsen

1.. Het college van burgemeester en wethouders verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte op de begraafplaatsen dat toelaat, op een daarvoor bij hen in te dienen aanvraag, voor de tijd van minimaal twintig jaar en maximaal vijftig jaar het recht op een huurgraf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het huurgraf is uitgegeven. Bij aanvang van dit recht wordt de huursom voor de eerste twintig jaar in rekening gebracht. Voor de eventuele overige jaren van dit recht wordt de huursom per periode van tien jaar vooraf in rekening gebracht. 2.. Dit recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van tien jaren, als het verzoek vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. 3.. Het recht kan niet langer gelden dan tot het tijdstip, waarop het terrein feitelijk aan zijn bestemming als begraafplaats zal zijn onttrokken. 4.. Het recht kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen als genoemd in artikel 17, eerste lid. Verlenging van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk als daar voldoende grond voor is. Dit staat ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel