Naar hoofdinhoud
3.2.1 . De eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening voor opvang, zoals bedoeld in artikel 2.1.4, zesde lid Wmo 2015, wordt vastgesteld en geïnd door het college. 3.2.2. De eigen bijdrage voor de voltijdsopvang is gelijk aan het verschil tussen de voor de cliënt geldende bijstandsnorm en de norm persoonlijke uitgaven. Indien de aanbieder geen voeding verstrekt, wordt de norm persoonlijke uitgaven verhoogd met een bedrag voor voeding, gelijk aan het bedrag dat het Nibud hiervoor hanteert. 3.2.3. Voor cliënten van 18 tot en met 20 jaar in de in de opvang van de maatschappelijke opvang bedraagt de eigen bijdrage € 300,- per maand. 3.2.4. Voor cliënten in de opvang van de vrouwenopvang bedraagt de eigen bijdrage € 207,14 per maand, waarbij de cliënten zelf verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse voeding. 3.2.5. Een maand bestaat uit dertig (30) dagen. 3.2.6. De eigen bijdrage voor voltijdsopvang wordt voor de cliënt bepaald per maand, waarbij de bijdrage is verschuldigd voor iedere dag dat de cliënt gebruik maakt van de voltijdsopvang. 3.2.7. Bij de toepassing van de hardheidsclausule voor cliënten met aantoonbare dubbele woonlasten, wordt de eigen bijdrage verminderd met een forfaitair bedrag, gelijk aan 20% van de geldende bijstandsnorm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel