Naar hoofdinhoud
1.. De standaardbreedte van een uitweg voor particuliere woningen bedraagt 3,00 meter en de maximale breedte is 5,00 meter, met een effectieve ruimte van respectievelijk 2,5 meter en 4,5m. 2.. Wanneer twee garages aan elkaar grenzen is de breedte 9 meter met een effectieve ruimte van 8,5 meter. 3.. Wanneer er een pad tussen twee aanliggende garages aanwezig is is de breedte van de uitweg maximaal 9 meter plus de breedte van het pad. 4.. Voor een cluster woningen of woongebouwen die op afstand van de openbare weg gelegen zijn, wordt, zowel binnen als buiten de bebouwde kommen, één ontsluitende uitweg conform de afmeting genoemd in lid 1 van dit artikel aangelegd. 5.. Bij een bedrijf op een bedrijventerrein is per 50 meter frontbreedte één uitweg van maximaal twaalf meter breed toegestaan. Hierbij bedraagt de onderlinge afstand tussen de diverse uitwegen van maximaal 12 meter breed ten minste 50 meter; 6.. Bedrijven met een frontbreedte van maximaal 50 meter kunnen volgens de bovenstaande richtlijn maximaal één uitweg hebben van twaalf meter breed. Twee uitwegen, welke samen een breedte van maximaal 12 meter hebben, wordt toegestaan, mits er minimaal zes meter tussen beide uitwegen aanwezig is en de frontbreedte van het perceel tenminste 30 meter bedraagt. Als het uitwegen betreft die alleen voor het inrijden of uitrijden gebruikt worden (beide éénrichtingsverkeer), dan mogen deze op kortere afstand van elkaar gerealiseerd worden. Uit de uitvoering moet echter wel duidelijk blijken dat het twee aparte uitwegen zijn; 7.. Op bedrijfspercelen groter dan 2000 m2 kunnen twee uitwegen worden toegestaan met een breedte van maximaal 9 meter. Op grotere bedrijfspercelen worden meerdere uitwegen toegestaan, waarbij geldt dat per 50 meter frontbreedte maximaal 1 uitweg van 12 meter breed wordt toegestaan.

Rechtspraak bij dit artikel