1. Iedereen kan de Friese of Nederlandse taal gebruiken in het mondelinge en schriftelijke verkeer met de bestuursorganen.
2. De gemeenteorganen gebruiken in het bestuurlijk verkeer telkens de Nederlandse dan wel de Friese taal.
3. Bij de taalkeuze in een concreet geval houdt het gemeenteorgaan rekening met:
a. de taal waarin het is aangeschreven;
b. het streven de positie van de Friese taal binnen haar werkgebied te versterken.