Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 14.

Subsidievaststelling ledensubsidie en activiteitensubsidie

Onderdeel van Subsidieverordening vrijwilligersorganisaties Landgraaf 2009

1.. De vrijwilligersorganisatie dient voor 1 juni van het op het subsidiejaar volgende kalenderjaar, een verzoek tot subsidievaststelling in. Het College is bevoegd desgevraagd uitstel te verlenen tot een nader door het College te bepalen datum. 2.. Het verzoek tot subsidievaststelling wordt gedaan op basis van een door het College beschikbaar gesteld verantwoordingsformulier dat volledig wordt ingevuld en rechtsgeldig wordt ondertekend. 3.. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor de in het eerste lid genoemde datum is ontvangen, gaat het College zes weken na een eenmalig rappel, over tot ambtshalve vaststelling van de subsidie. Bij de vaststelling van de subsidie geldt maximaal de hoogte van het bij de subsidieverlening berekende subsidiebedrag. 4.. In het geval het College overgaat tot ambtshalve subsidievaststelling, kan het College de vrijwilligersorganisatie verplichten aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, hebben plaatsgevonden en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 5.. Bij de vaststelling van de subsidie kan het in de subsidieverlening genoemde bedrag neerwaarts worden bijgesteld indien en voor zover er een afwijkend aantal dan wel soort leden aangesloten blijkt te zijn dan wel de voorgenomen specifieke activiteiten waarvoor activiteitensubsidie werd verleend, niet of niet volledig zijn gerealiseerd. 6.. Het College kan bij de subsidievaststelling, de neerwaartse bijstelling geheel of gedeeltelijk achterwege laten indien de vrijwilligersvereniging in de plaats van een niet gerealiseerde activiteit een andere specifieke activiteit heeft ondernomen en die activiteit indien dit bij de aanvraag was opgenomen, voor activiteitensubsidie in aanmerking zou zijn gekomen. 7.. Indien het College voornemens is tot neerwaartse bijstelling als bedoeld in het vijfde lid, wordt door of namens het College ten minste een maal overleg gevoerd met de vrijwilligersorganisatie, tenzij de vrijwilligersorganisatie hiervan wil afzien. 8.. Het College is bevoegd de neerwaartse bijstelling te verrekenen met de aan de vrijwilligersorganisatie toekomende subsidie van het opvolgende subsidiejaar.

Rechtspraak bij dit artikel