Naar hoofdinhoud
1.. Indien een vermoeden bestaat dat een collegelid een bepaling van de gedragscode overtreedt dan wel op een andere wijze niet integer handelt, stelt de burgemeester, hetzij uit eigen beweging, hetzij op verzoek van één of meerdere leden van het college, hetzij op verzoek van derden, een vooronderzoek in. 2.. De burgemeester kan twee of meer personen aanwijzen die in zijn opdracht het vooronderzoek doen, en/of het onderzoek op grond van artikel 5. 3.. Een vooronderzoek bestaat in ieder geval uit het verzamelen van algemene informatie, het voeren van oriënterende gesprekken, een administratief vooronderzoek en het maken van een inschatting van de ernst van de vermoedelijke niet integere handeling. 4.. Het vooronderzoek stelt de burgemeester in staat om af te wegen of de bij hem bekend geworden informatie voldoende aanleiding is om een onderzoek te verrichten. 5.. Indien het vooronderzoek geen concrete aanwijzingen oplevert voor mogelijk niet integer handelen, stelt de burgemeester het betrokken collegelid en indien nodig de melder in kennis van de conclusie van het vooronderzoek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel