Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Hoogte bijdrage uit woonlastenfonds

Onderdeel van VERORDENING WOONLASTENFONDS ALMERE 2018

1.. De hoogte van de bijdrage uit het woonlastenfonds op maandbasis wordt bepaald door de bijdrage als bedoeld in het tweede lid te vermenigvuldigen met de factor als bedoeld in het vierde lid. 2.. De hoogte van de bijdrage is gelijk aan de som van de twee navolgende bedragen: het bedrag gelijk aan het percentage van 35% van de rekenhuur, waarover, met toepassing van artikel 21, eerste lid en onder b van de wet voor 65% huurtoeslag wordt verstrekt; het bedrag gelijk aan het percentage van 60% van de rekenhuur, waarover, met toepassing van artikel 21, eerste lid en onder c van de wet voor 40% huurtoeslag wordt verstrekt, er van uitgaande dat wordt voldaan aan de in artikel 21, eerste lid en onder c van de wet gestelde eisen. 3.. Bij de toepassing van het tweede lid wordt uitgegaan van de rekenhuur en huurtoeslag zoals van toepassing in 2016. 4.. De uitkomst van de berekening op grond van het tweede lid dient minimaal uit te komen op een bedrag van 10 euro per maand en maximaal op een bedrag van 40 euro per maand en vervolgens wordt zij vermenigvuldigd met een factor 0,59. 5.. De raad beoordeelt jaarlijks of het noodzakelijk is dat de factor als bedoeld in het vierde lid wordt aangepast. 6.. De uitkomst van de berekening in het vierde lid wordt herleid tot een bedrag voor het gehele bijdragetijdvak dan wel tot een bedrag naar rato van het aantal maanden dat het huishouden in het bijdragetijdvak in Almere heeft gewoond. 7.. De bijdrage wordt in één keer uitbetaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel