Lid 1
Binnen twee weken na verzenddatum van de in artikel 9 bedoelde kennisgeving kan de medewerker mondeling en/of schriftelijk zijn zienswijze toelichten bij de adviseur. Van het gesprek wordt een verslag gemaakt.
Lid 2
De adviseur stelt naar aanleiding van de zienswijzen een advies op. Dit advies wordt naar de indiener en burgemeester en wethouders gestuurd.
Lid 3
Burgemeester en wethouders stellen na ontvangst van de in artikel 10, eerste lid bedoelde zienswijze en het in artikel 10, lid 2 bedoelde advies de functiewaardering al dan niet gewijzigd vast.
Lid 4
Burgemeester en wethouders doen schriftelijk mededeling aan de medewerker van het besluit inhoudende de uitslag van de functiewaardering en voegen de motiveringsformulieren daarbij. Daarbij wordt de medewerker gewezen op de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen.