**1..** De leden van de welstandscommissie kunnen ten hoogste voor een termijn van drie jaar worden benoemd;
**2..** In afwijking van het gestelde in het vorige lid kunnen de leden eenmaal worden herbenoemd voor een periode van drie jaar;
**3..** De leden van de commissie blijven bij het verstrijken van de in de voorgaande leden genoemde benoemingstermijn hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. In het belang van continuïteit worden leden alternerend benoemd en treden overeenkomstig af;
**4..** Er kan een tijdelijke voorziening worden getroffen in het belang van de continuïteit van de samenstelling van de commissie.
Hoofdstuk II
Artikel 8