1. De netto programma-uitgaven voor wat betreft het uitkeringsdeel (PW, IOAW, IOAZ, Bbz2004, etc.) worden op basis van cliëntaantallen (gewogen gemiddelde), op basis van hetgeen in lid 5 is beschreven, per gemeente verrekend.
2. De programma- uitgaven op het gebied van minimabeleid en bijzondere bijstand worden
verrekend op basis van de werkelijke kosten per gemeente.
3. Voor wat betreft re-integratie is de van de gemeenten te ontvangen integratie-uitkering
een taakstellend budget voor het samenwerkingsverband. Eventuele overschotten worden teruggestort naar de gemeenten of blijven, indien het algemeen bestuur hiertoe besluit, binnen het samenwerkingsverband.
4. Alle bedrijfsvoeringskosten worden jaarlijks verrekend op basis van een door het Algemeen bestuur jaarlijks vast te stellen verdeelsleutel.
- Tekorten of overschotten worden afgewikkeld via een weerstandsvermogen in de vorm van
een bedrijfsreserve.
- Deze bedrijfsreserve bedraagt maximaal 5 % van de bedrijfsvoeringskosten die het samenwerkingsverband op jaarbasis maakt.
5. Voor de jaarlijkse verrekening zoals in de bovenstaande leden is aangegeven wordt de wijze van berekening vastgesteld in het algemeen bestuur.
6. De gemeenten verstrekken het samenwerkingsverband in 12 termijnen de begrote uitvoeringskosten, waarbij in mei 2 termijnen worden verstrekt.
Hoofdstuk
Artikel 14.
Verrekening en weerstandsvermogen.
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Werkplein Drentsche Aa 2019