Een Bibob-toets kan plaatsvinden op reeds verleende, in artikel 2.1, 2.2 en 2.3 van dit beleid genoemde beschikkingen, indien:
a. uit eigen informatie dan wel uit informatie van een of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC, aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen dat sprake is van enige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob;
b. informatie als bedoeld in artikel 11 juncto artikel 26 van de Wet Bibob is verkregen, vanuit het OM, direct of als reactie op een door haar ontvangen signaal van het Bureau, die duidt op enige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob;
c. bekend wordt, dat tegen betrokkene in een andere gemeente of op een andere locatie binnen de gemeente bij een Bibob-toets enige mate van gevaar is geconstateerd.
Artikel 2.4